Vloerverwarming zelf aanleggen is goed te doen. Het is geen hogere wiskunde, maar het is wel een klus waarbij je fouten later niet meer herstelt. Zodra de dekvloer erop ligt, zit alles vast. Een lus die te lang is, een koppeling die lekt of een groep die nooit warm wordt: dat los je niet even op met een schroevendraaier.
Daarom staat in deze gids het hele traject op een rij. Van de vraag of je woning er geschikt voor is, tot het moment dat je de flowmeters inregelt en de vloer voor het eerst opstookt. Met echte getallen, rekenvoorbeelden en de fouten die we het vaakst zien.
Deze gids is geschreven voor de klusser die zelf de begane grond aanpakt, vaak omdat er een warmtepomp aankomt. En voor de zzp-installateur die snel even wil checken hoe je iets rekent. Ga je dieper in op één onderdeel, dan verwijzen we je door naar een losse blog over dat onderwerp.
In het kort: zo leg je vloerverwarming aan
- Check of je woning en vloer geschikt zijn (isolatie, opbouwhoogte, warmtebron).
- Bepaal de vloeropbouw: isolatie, randisolatie en een plaat om de buis op te bevestigen.
- Kies per ruimte een legpatroon en een hart-op-hart afstand.
- Reken uit hoeveel groepen je nodig hebt en hoeveel meter buis.
- Kies een verdeler en bepaal waar die komt te hangen.
- Leg de buis, groep voor groep, zonder koppelingen in de vloer.
- Sluit alles aan op de verdeler met euroconus-koppelingen.
- Pers het systeem af en houd het onder druk tijdens het storten.
- Laat de dekvloer storten en goed uitharden.
- Vul en ontlucht het systeem, regel de groepen in en stook de vloer rustig op.
Hieronder werken we elke stap uit.
Zo is deze gids opgebouwd
Het stappenplan loopt in 4 delen, van je eerste check tot de eerste keer opstoken. Daarna vind je de veelgemaakte fouten, de veelgestelde vragen en alle producten op een rij. Klik op een onderdeel om er direct naartoe te gaan.
Alles voor je vloerverwarming op één plek
Hieronder vind je alle onderdelen die je voor watergedragen vloerverwarming nodig hebt. Verderop in de gids zie je per stap welk product je daar nodig hebt.
VerdelersRVS en messing, 4 t/m 12 groepenBekijk collectie ›
Vloerverwarmingsbuis16x2 mm op rollen van 200 en 600 mBekijk collectie ›
Koppelingen en kranenEuroconus, kogelkranen, knieënBekijk collectie ›
MenggroepenNodig bij een cv-ketel op hoge temperatuurBekijk collectie ›
GereedschapAfrolapparaat, knipper, kalibrator, buigveerBekijk collectie ›
Alles voor vloerverwarmingHet complete assortiment op één plekBekijk collectie ›
Stap 1: Is je woning geschikt voor vloerverwarming?
Vloerverwarming werkt met een groot verwarmd oppervlak en een lage watertemperatuur. Dat is precies waarom het zo goed samengaat met een warmtepomp. Maar het betekent ook dat je vloer het werk moet doen. Lekt je huis veel warmte, dan moet de vloer harder werken dan prettig is.
Warmteverlies en isolatie
Eigenlijk is het heel simpel: hoe beter je woning geïsoleerd is, hoe minder warmte je vloer hoeft te leveren. En hoe minder warmte er nodig is, hoe lager de watertemperatuur kan blijven. Bij een slecht geïsoleerde woning moet je de buizen dichter op elkaar leggen en heb je meer groepen nodig om dezelfde ruimte warm te krijgen.
Kijk dus eerst naar de basis: spouwmuur, dak, glas en vooral de vloer zelf. Bij een oude kruipruimte zonder vloerisolatie gaat een flink deel van je warmte gewoon naar beneden. Dan stook je de kruipruimte warm in plaats van je woonkamer.
Twijfel je over de warmtebehoefte van je woning, laat dan een warmteverliesberekening maken. Een installateur of warmtepompleverancier doet dat vaak al bij de offerte. Met die berekening weet je per ruimte hoeveel watt er nodig is, en daarmee kies je de juiste legafstand.
Opbouwhoogte
Vloerverwarming kost hoogte. Je hebt isolatie onder de buis, de buis zelf, en daarboven een dekvloer met voldoende dekking. Bij nieuwbouw of een complete renovatie is dat zelden een probleem. Wil je het in een bestaande woning leggen zonder de vloer eruit te halen, dan lopen deuren, drempels en trapaansluitingen vaak in de weg. Dan kun je de buis eventueel infrezen in de bestaande dekvloer. Dat laat je meestal door een specialist doen.
Je warmtebron
Check ook welke warmtebron je hebt of gaat krijgen. Een warmtepomp levert van zichzelf lage temperaturen en kan meestal direct op de verdeler. Een gewone cv-ketel levert veel heter water, en dan heb je een menggroep of pompgroep nodig om de temperatuur naar beneden te brengen. Wanneer je die nodig hebt, lees je in vloerverwarming combineren met radiatoren: wanneer heb je een menggroep nodig.
Stap 2: De vloeropbouw
Van onder naar boven ziet een standaard vloer met watergedragen vloerverwarming er ongeveer zo uit:
| Laag | Waarom |
|---|---|
| Draagvloer (beton of bestaande dekvloer) | De constructieve basis |
| Isolatie | Zorgt dat de warmte omhoog gaat in plaats van omlaag |
| Randisolatie langs alle wanden | Vangt het uitzetten van de dekvloer op en voorkomt koudebruggen |
| Tackerplaat of noppenplaat | Houdt de buis op zijn plek tijdens het leggen en storten |
| Vloerverwarmingsbuis | Hier stroomt het warme water doorheen |
| Dekvloer (zandcement of anhydriet) | Neemt de warmte op en geeft die gelijkmatig af |
| Vloerafwerking | Tegels, pvc, laminaat of parket |
Isolatie onder de buis
Leg je vloerverwarming op een onverwarmde ondergrond, zoals boven een kruipruimte, dan is isolatie onder de buis echt geen luxe. Op een tussenvloer boven een andere verwarmde ruimte kan het dunner, maar ook daar wil je niet dat de helft van je warmte in het plafond van de benedenburen verdwijnt.
Randisolatie
Een dekvloer zet uit als hij warm wordt. Leg je hem strak tegen de muur aan, dan kan hij gaan scheuren of de muur gaan duwen. Daarom komt er langs alle wanden, kolommen en andere vaste delen een strook randisolatie. Die strook vult de ruimte op en geeft de dekvloer speling. Vergeet ook de deurkozijnen en de onderkant van de trap niet.
Tackerplaat of noppenplaat
De buis moet tijdens het storten op zijn plek blijven. Daarvoor zijn er twee gangbare systemen:
- Tackerplaat: een isolatieplaat met een folie en een raster erop gedrukt. Je zet de buis vast met tackerclips die je met een tacker door de folie in de isolatie schiet. Flexibel en snel, vooral bij grotere oppervlakken.
- Noppenplaat: een plaat met noppen waar je de buis tussen klemt. Geen clips nodig, en de legafstand volgt vanzelf het noppenpatroon. Iets duurder, maar heel prettig werken als je het voor het eerst doet.
Beide systemen werken prima met 16 mm vloerverwarmingsbuis. Kies wat past bij je budget en je opbouwhoogte. Deze platen verkopen wij zelf niet, maar ze zijn bij elke bouwmaterialenhandel te krijgen.
Stap 3: Het legpatroon kiezen
Er zijn twee patronen die je in vrijwel elke woning tegenkomt: het slakkenhuis en de meander.
Slakkenhuis (spiraal)
Bij een slakkenhuis loop je met de aanvoer in een spiraal naar het midden van de ruimte en kom je met de retour in dezelfde spiraal weer terug. Daardoor ligt een warme aanvoerbuis steeds naast een iets koelere retourbuis. Het resultaat is een vloer met een heel gelijkmatige temperatuur. Daarom is dit patroon de standaard voor woonkamers en andere grotere ruimtes.
Ook de bochten zijn ruimer, omdat je in het midden met een dubbele bocht omdraait in plaats van overal krappe haarspeldbochten te maken. Dat leest wat lastiger bij het uittekenen, maar het legt fijn.
Meander (slingerpatroon)
Bij een meander slinger je de buis heen en weer door de ruimte, zoals de baan van een grasmaaier. Het water koelt onderweg af, dus het begin van de lus is warmer dan het einde. Dat is precies waarom je de meander slim inzet: laat de aanvoer beginnen langs de koudste kant, zoals een grote raampartij of buitenmuur. Daar heb je de meeste warmte nodig.
Een meander is ook handig in smalle ruimtes zoals een gang of een badkamer, waar een slakkenhuis niet goed past.
Randzones en vaste kasten
Langs grote ramen kun je een randzone maken, waar je de buis dichter op elkaar legt. Zo vang je de koude val van het glas op. Leg daarentegen geen buis onder vaste keukenkasten, een ingebouwde kast of een bad. Daar heb je niks aan de warmte, en je verliest meters die je beter in de open vloer kunt leggen. Begin met de eerste buis ongeveer 10 tot 15 cm uit de muur.
Stap 4: De hart-op-hart afstand bepalen
De hart-op-hart afstand (h.o.h.) is de afstand tussen het midden van de ene buis en het midden van de volgende. Hoe kleiner die afstand, hoe meer buis per vierkante meter en hoe meer warmte de vloer kan afgeven bij dezelfde watertemperatuur.
| H.o.h. afstand | Buis per m² | Wanneer kies je dit? |
|---|---|---|
| 10 cm | ± 10 m | Hoge warmtebehoefte, lage watertemperatuur, warmtepomp |
| 15 cm | ± 6,7 m | Meest gebruikelijke keuze voor veel ruimtes |
| 20 cm | ± 5 m | Goed geïsoleerde ruimtes / lagere warmtebehoefte |
Je moet wel bedenken dat de h.o.h. afstand en de watertemperatuur samen het verhaal maken. Met een warmtepomp heb je lage aanvoertemperaturen. Dan moet het verwarmde oppervlak harder werken, en kom je al snel uit op 10 cm. Bij een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning kun je soms prima af met 15 cm in de woonkamer en 20 cm in een slaapkamer of berging.
Een praktisch voorbeeld. Je woonkamer is 35 m² en je legt op 10 cm h.o.h. Dan heb je ongeveer 35 x 10 = 350 meter buis nodig, alleen al voor de vloer van die ruimte. Leg je op 15 cm, dan is het ongeveer 35 x 6,7 = 235 meter. Dat scheelt meer dan 100 meter buis en ook een paar groepen.
Stap 5: Luslengte en het aantal groepen berekenen
Een groep (of lus, of kring) is één doorlopende buis die bij de verdeler vertrekt, door een deel van de vloer loopt en weer terugkomt bij de verdeler. Elke groep heeft op de verdeler een eigen aanvoer en retour, met een eigen flowmeter en ventiel.
Hoe lang mag een groep zijn?
De ideale luslengte ligt tussen de 70 en 80 meter. Maak je een groep veel langer, dan neemt de weerstand in de buis flink toe. De pomp moet harder werken, het water koelt onderweg te veel af en het laatste stuk van de lus wordt minder warm. Maak je groepen onderling ook ongeveer even lang. Dan zijn ze veel makkelijker in te regelen.
Let op: de aanvoerleidingen van de verdeler naar de ruimte tellen ook mee in de luslengte. Ligt de verdeler in de gang en de ruimte 8 meter verderop, dan zit er alleen al 16 meter buis in de weg heen en terug.
Vuistregel voor het aantal groepen
Ga je uit van 16 mm buis op 10 cm h.o.h., dan kun je als praktische vuistregel rekenen met:
- ± 10 meter buis per m²
- ± 70-80 meter per groep als mooie richtwaarde
- Dus ongeveer 7-8 m² per groep
| Verwarmd oppervlak | Aantal groepen |
|---|---|
| 20 m² | 3 groepen |
| 30 m² | 4 groepen |
| 40 m² | 5-6 groepen |
| 50 m² | 7 groepen |
| 60 m² | 8 groepen |
| 80 m² | 10-12 groepen |
| 100 m² | 13-14 groepen |
Leg je op een grotere h.o.h. afstand, dan past er meer vloer in één groep en heb je er minder nodig. Wil je per ruimte rekenen of twijfel je tussen twee aantallen, lees dan onze uitgebreide uitleg over hoeveel groepen vloerverwarming je nodig hebt.
Rekenvoorbeeld: begane grond van 50 m²
Stel, je begane grond bestaat uit een woonkamer van 35 m², een keuken van 10 m² en een hal van 5 m². Je krijgt een warmtepomp en kiest daarom voor 10 cm h.o.h.
- Woonkamer: 35 m² x 10 m = ± 350 m buis. Gedeeld door ongeveer 75 m per groep wordt dat 5 groepen van zo'n 70 meter.
- Keuken: 10 m², zonder de vaste kastenwand misschien 7 m² echt open vloer. Dat is ± 70 m buis, 1 groep.
- Hal: 5 m² is te weinig voor een volle groep. Hier liggen vaak al de aanvoerleidingen van de andere groepen doorheen, en die geven ook warmte af. Een korte eigen groep kan, maar is niet altijd nodig.
Je komt dan uit op 6 tot 7 groepen. Dat past mooi bij de tabel. Kies je verdeler altijd liever één groep te ruim dan te krap. Een extra aansluiting die je niet gebruikt kun je gewoon dicht laten.
Tip: geef elke ruimte bij voorkeur zijn eigen groep of groepen. Dan kun je de temperatuur per ruimte regelen. Twee ruimtes op één groep kan technisch, maar dan krijgen ze ook altijd dezelfde warmte.
Per ruimte uitrekenen? In hoeveel groepen vloerverwarming heb ik nodig rekenen we het stap voor stap uit, inclusief hoeveel meter buis en hoeveel koppelingen je nodig hebt.
Stap 6: De verdeler kiezen en plaatsen
De vloerverwarmingsverdeler is het hart van je installatie. Hier komt het warme water binnen, wordt het over de groepen verdeeld en komt het afgekoelde water weer samen. Op de verdeler regel je per groep hoeveel water erdoor stroomt.
Wat moet er op een goede verdeler zitten?
- Flowmeters per groep, om het debiet af te lezen en in te stellen
- Thermostatische ventielen per groep, om een groep te openen of te sluiten (met een thermostaatkop of actuator)
- Automatische ontluchters, om lucht uit het systeem te laten
- Vul- en aftapkranen, om het systeem te vullen, door te spoelen en te legen
- Montagebeugels om de verdeler aan de wand of in een verdeelkast te hangen
RVS of messing?
In ons assortiment vind je twee complete verdelers van Diamond, allebei leverbaar van 4 tot en met 12 groepen:
| RVS verdeler | Messing verdeler | |
|---|---|---|
| Materiaal verdelerbalk | RVS 304 | Messing |
| Flowmeters | 0,5-5 l/min | 0,5-5 l/min |
| Thermostatische ventielen | Ja, zonder kop | Ja, zonder kop |
| Automatische ontluchting en aftapkraan | Ja | Ja |
| Kogelafsluiters en thermometer | Nee, los erbij | Ja, inbegrepen |
| Euroconus-koppelingen voor de groepen | Nee, los erbij (2 per groep) | Aansluitingen voor PEX 16 |
| Hoofdaansluiting | G 1" | G 1" / DN25 |
| Max. werkdruk / temperatuur | 6 bar / 70°C | 6 bar / 70°C |
De Diamond RVS vloerverwarmingsverdeler is de voordelige basis, maar je koopt de koppelingen en kogelkranen er zelf bij. De Diamond messing verdeler met afsluitkranen is completer uitgevoerd. Allebei hebben ze 5 jaar garantie. Welke beter bij jou past, lees je in vloerverwarmingsverdeler kiezen: RVS of messing. Alle modellen bij elkaar vind je in de collectie vloerverwarmingsverdelers.
Waar hang je de verdeler?
Hang de verdeler zo centraal mogelijk ten opzichte van de ruimtes die hij bedient. Hoe centraler, hoe korter de aanvoerleidingen en hoe gelijker de luslengtes. Veel gebruikte plekken zijn de meterkast, een trapkast, een berging of een inbouwkast in de hal.
Denk ook aan bereikbaarheid. Je moet later bij de flowmeters kunnen om in te regelen, en bij de ontluchters en aftapkranen voor onderhoud. Een verdeler achter een dichtgekitte plaat is een slecht idee.
Past de verdeler in je verdeelkast?
Elke extra groep maakt de verdelerbalk langer. Bij de RVS verdeler loopt de lengte van 226 mm bij 4 groepen op tot 626 mm bij 12 groepen, met 50 mm per extra groep. De messing verdeler gaat van 204 mm bij 4 groepen tot 604 mm bij 12 groepen. De exacte maat per uitvoering vind je bij de specificaties op de productpagina.
Reken bij het kiezen van een verdeelkast niet alleen met de balk zelf. Er komen nog kogelkranen, eventueel een pompgroep en de bochten van de buizen bij. Houd aan beide kanten wat speling over, zodat je de koppelingen goed kunt aandraaien.

De verdelers uit deze stap
Diamond RVS verdelerRVS 304, 4 t/m 12 groepen, flowmeters 0,5-5 l/min. Koppelingen en kogelkranen los.Bekijk product ›
Diamond messing verdeler4 t/m 12 groepen, compleet met kogelafsluiter, thermometer en PEX 16-aansluitingen.Bekijk product ›
Twijfel je tussen RVS en messing? Het hele verschil, inclusief wat je bij RVS los bijkoopt, lees je in vloerverwarmingsverdeler kiezen: RVS of messing.
Stap 7: De buis leggen
Nu wordt het echt werk. Een paar dingen maken het verschil tussen een strak gelegde vloer en een dag vol frustratie.
Welke buis?
Voor vloerverwarming in woningen is 16x2 mm de standaard. Onze vloerverwarmingsbuis is een vijflaagse PE-RT/EVOH/PE-RT buis. De EVOH-laag is een zuurstofbarrière: die voorkomt dat er zuurstof door de buiswand het systeem in komt. Zuurstof in een verwarmingssysteem geeft op den duur roest en slib in je ketel of warmtepomp, dus dat wil je niet. Omdat de EVOH-laag tussen twee lagen PE-RT ligt, is hij beschermd tegen beschadiging tijdens het leggen.
De buis is er op rollen van 200 meter en 600 meter, en heeft 10 jaar garantie. Een rol van 200 meter is genoeg voor twee groepen. Een rol van 600 meter is voordeliger per meter en geeft je vrijheid om lussen precies op maat te maken.
Gebruik een afrolapparaat
Een rol vloerverwarmingsbuis wil terugveren. Trek je hem zo van de rol, dan krijg je kronkels, knikken en een buis die overal omhoog springt. Met een afrolapparaat zet je de rol op een draaiende haspel en loop je de buis er rustig af. Eén persoon rolt af, de ander legt en zet vast. Dat werkt zoveel sneller.
Werk je in de kou, laat de rol dan eerst een tijdje in een verwarmde ruimte liggen. Koude kunststof buis is stugger en lastiger te buigen.
Bochten en buigradius
Buig de buis niet krapper dan ongeveer 5 keer de buitendiameter. Bij 16 mm buis is dat een bocht met een straal van zo'n 8 cm. Maak je de bocht krapper, dan kan de buis knikken. Een geknikte buis knip je eruit, die repareer je niet. Bij een slakkenhuis maak je in het midden een ruime S-bocht om. Bij een meander leg je de haarspeldbochten waar nodig wat breder uit.
Geen koppelingen in de vloer
Dit is een harde regel: elke groep is één doorlopend stuk buis, van de verdeler en weer terug. Er zit geen enkele koppeling in de vloer. Een koppeling onder de dekvloer is een plek die je nooit meer kunt controleren. Kom je met een rol niet uit, begin dan aan een nieuwe groep in plaats van twee stukken aan elkaar te zetten.
Werkvolgorde per groep
- Begin bij de verdeler en laat een stuk buis over om later netjes aan te sluiten.
- Leg de aanvoerleiding naar de ruimte. Gebruik waar nodig een beschermmantel waar de buis door een dilatatievoeg of drempel gaat.
- Leg het patroon in de ruimte, met de eerste buis zo'n 10 tot 15 cm uit de muur.
- Zet de buis om de 30 tot 50 cm vast, en in bochten wat vaker.
- Leg de retour terug naar de verdeler.
- Schrijf op elk buiseinde welke groep het is en of het aanvoer of retour is. Noteer ook de lengte, die heb je straks nodig bij het inregelen.
Tip: maak een simpele plattegrond waarop je per groep de route intekent. Maak ook foto's van de vloer voordat de dekvloer erop gaat. Ga je later een gat boren of een drempel vastzetten, dan weet je precies waar de buizen liggen.

Buis en afrolapparaat
Vloerverwarmingsbuis 16x2 mm, 200 mPE-RT/EVOH/PE-RT met zuurstofbarrière. Goed voor 2 lussen.Bekijk product ›
Vloerverwarmingsbuis 16x2 mm, 600 mZelfde buis op een grote rol. Ongeveer 7 tot 8 lussen, minder restlengte.Bekijk product ›
Afrolapparaat tot 600 mRolt de buis spanningsvrij af, zonder draaien of knikken.Bekijk product ›
Stap 8: Aansluiten op de verdeler met euroconus
De groepen sluit je aan op de verdeler met euroconus-koppelingen. Euroconus is een gestandaardiseerde 3/4" aansluiting met een conus die afdicht. Daardoor passen koppelingen en verdelers van verschillende merken op elkaar, zolang beide euroconus 3/4" zijn.
Hoeveel koppelingen heb je nodig?
Per groep heb je er twee nodig: één voor de aanvoer en één voor de retour. Bij een verdeler van 6 groepen zijn dat dus 12 koppelingen. Bij de RVS verdeler zitten ze er niet bij, die bestel je los. Neem er voor de zekerheid een of twee extra bij, ze kosten weinig en een verloren knelring is op zaterdagmiddag vervelend.
Voor 16 mm buis gebruik je de Diamond euroconus aansluitkoppeling 3/4" x 16 mm. Meer opties vind je bij koppelingen voor vloerverwarming.
Zo maak je een goede verbinding
- Knip de buis haaks af met een buizenknipper. Nooit met een zaag, dan krijg je bramen en een scheve snede.
- Maak de rand glad en rond met een kalibrator of ontbramer. Een beschadigde of ovale buisrand is de nummer één oorzaak van lekkage bij een koppeling. Waarom dat zo belangrijk is, lees je in kalibrator en ontbramer: waarom deze tools onmisbaar zijn.
- Schuif de wartelmoer en de knelring over de buis en druk de steunhuls volledig in de buis.
- Zet de koppeling op de verdeleraansluiting en draai de wartelmoer met de hand aan, daarna met een sleutel vast. Niet overdraaien.
Een euroconus dicht af op de conus zelf. Tape of kit op de conus is daarom meestal niet nodig, volg altijd de aanwijzingen van de fabrikant.
Kogelkranen op de hoofdaansluiting
Zet op de aanvoer en retour van de verdeler een afsluiter. Dan kun je de verdeler afsluiten van de rest van de installatie zonder alles af te tappen. De messing verdeler heeft dat al aan boord. Bij de RVS verdeler kun je een rode en een blauwe kogelkraan DN25 met thermometer gebruiken. Zo zie je meteen de aanvoer- en retourtemperatuur.
Koppelingen en kranen voor de verdeler
Euroconus koppeling 3/4" x 16 mmVoor de RVS verdeler. Reken 2 per groep: aanvoer en retour.Bekijk product ›
Kogelkraan DN25 met thermometer, roodOp de aanvoer van de verdeler. Afsluiten en temperatuur aflezen.Bekijk product ›
Kogelkraan DN25 met thermometer, blauwOp de retour. Samen met rood zie je direct het temperatuurverschil.Bekijk product ›
Gereedschap voor nette verbindingen
Buizenknipper 16-32 mmKnipt de buis haaks af, de basis van een goede verbinding.Bekijk product ›
Kalibrator 16 mm met ontbramerMaakt de buis rond en braamvrij, zodat de koppeling lekvrij afsluit.Bekijk product ›
Buigveer 16 mmVoor krappe bochten bij de verdeler, zonder dat de buis knikt.Bekijk product ›
Stap 9: Afpersen (druktest)
Voordat er ook maar een gram dekvloer op komt, pers je het systeem af. Dat betekent: je vult de groepen met water, zet ze onder druk en controleert of de druk blijft staan. Zo vind je een lekkende koppeling of een beschadigde buis nu, en niet over twee jaar.
- Vul het systeem groep voor groep en ontlucht goed.
- Breng het op druk, maar ga niet boven de 6 bar. Dat is de maximale werkdruk van de verdeler.
- Laat het ongeveer 24 uur staan en controleer of de druk gelijk blijft. Een klein beetje daling in het begin kan door het uitzetten van de buis komen, blijft hij dalen dan heb je ergens een lek.
- Loop alle koppelingen op de verdeler na met een droge tissue. Een vochtig plekje is direct te zien.
Houd het systeem daarna onder druk tijdens het storten van de dekvloer. Mocht de dekvloerlegger een buis raken, dan zie je dat direct aan het drukverloop. En een buis onder druk wordt niet platgedrukt door het gewicht van de natte dekvloer.
Wil je meer weten over hoe je een druktest goed uitvoert, lees dan onze blog over druktesten bij cv-installaties.
Stap 10: De dekvloer
De dekvloer is de laag die de warmte van de buis opneemt en gelijkmatig aan de ruimte afgeeft. Je hebt twee hoofdsoorten.
| Zandcement | Anhydriet (gietvloer) | |
|---|---|---|
| Aanbrengen | Gestort en afgetrokken | Vloeibaar gegoten, loopt zelf rond de buis |
| Dekking boven de buis | Dikker nodig | Kan vaak dunner |
| Warmteoverdracht | Goed | Zeer goed, omdat de buis volledig omsloten is |
| Eerste keer opstoken | Na ongeveer 3 tot 4 weken | Vaak al na ongeveer een week |
| Vochtgevoelig | Weinig | Ja, niet geschikt voor natte ruimtes zonder extra maatregelen |
De precieze dikte en dekking hangen af van het type dekvloer en de belasting. Reken bij zandcement grofweg op enkele centimeters dekking boven de buis. Je dekvloerlegger weet precies wat er nodig is voor zijn product. Laat hem dat altijd bevestigen voordat je de vloeropbouw vastlegt, zodat je niet achteraf te weinig hoogte overhoudt.
Belangrijk: een dekvloer droogt niet sneller als je de vloerverwarming aanzet tijdens het uitharden. Integendeel, te vroeg en te warm stoken is de snelste manier om scheuren te krijgen.
Stap 11: Vullen en ontluchten
Lucht in een vloerverwarmingssysteem is de grootste oorzaak van groepen die niet warm worden. Neem dus de tijd voor het vullen.
- Sluit alle groepen behalve één.
- Vul via de vulkraan en laat het water via de aftapkraan aan de andere balk weglopen, tot er geen lucht meer meekomt.
- Sluit die groep en herhaal het per groep.
- Zet daarna alle groepen open en laat de automatische ontluchters het laatste beetje lucht wegwerken.
- Controleer de systeemdruk en vul zo nodig bij.
Op deze manier spoel je per groep de lucht eruit. Alles in één keer vullen geeft vaak luchtbellen die in de lussen blijven hangen. Gebruik je een water/glycolmengsel, bijvoorbeeld omdat een deel van de installatie vorstgevoelig is, dan kan dat met onze verdelers tot maximaal 50% glycol.
Stap 12: Inregelen met de flowmeters
Inregelen is de stap die het vaakst wordt overgeslagen, en daarna klagen mensen dat de ene kamer warm is en de andere koud. Het idee is simpel: een langere groep heeft meer weerstand dan een korte. Zet je alles gewoon open, dan kiest het water de makkelijkste weg en krijgen de korte groepen te veel en de lange te weinig.
Met de flowmeters op de verdeler stel je per groep het debiet in, tussen 0,5 en 5 liter per minuut. De basisregel is dat het debiet ongeveer evenredig is met de luslengte. Een groep die twee keer zo lang is, krijgt ongeveer twee keer zoveel water.
Rekenvoorbeeld
Stel, je hebt vier groepen en je totale debiet is ongeveer 8 liter per minuut. De groepen zijn 60, 75, 80 en 90 meter, samen 305 meter. Dan krijg je ongeveer:
| Groep | Lengte | Debiet (ongeveer) |
|---|---|---|
| 1 | 60 m | 1,6 l/min |
| 2 | 75 m | 2,0 l/min |
| 3 | 80 m | 2,1 l/min |
| 4 | 90 m | 2,4 l/min |
Het totale debiet hangt af van je warmtebron en het vermogen dat je nodig hebt. Je warmtepompleverancier of installateur kan je dat getal geven. Begin met de berekende waarden, laat het systeem een paar dagen draaien en stel daarna bij. Is een ruimte te koud, geef die groep dan iets meer debiet. Is hij te warm, wat minder.
Hier zie je ook waarom het zo handig is als je groepen ongeveer even lang zijn. Dan liggen de waarden dicht bij elkaar en is inregelen bijna vanzelf goed.
Stap 13: De vloer voor het eerst opstoken
Een nieuwe dekvloer stook je niet in één keer op naar de eindtemperatuur. Dat gaat volgens een opstookprotocol: je begint met een lage aanvoertemperatuur, verhoogt die in stapjes over een aantal dagen, houdt hem een tijd vast en bouwt hem daarna weer rustig af. Zo krijgt de dekvloer de tijd om gelijkmatig uit te zetten en te drogen.
Het juiste protocol hangt af van het type dekvloer. Je dekvloerlegger levert het mee, en veel warmtepompen hebben er zelfs een standaard programma voor. Volg het altijd, en schrijf de temperaturen en datums op. Dat heb je nodig als er later discussie is over scheuren of de vloerafwerking.
Leg je parket, pvc of tegels, check dan ook bij de leverancier van de vloerafwerking of de dekvloer droog genoeg is. Te vochtig afwerken geeft loslatende tegels en bollend parket.
Veelgemaakte fouten bij vloerverwarming aanleggen
- Lussen te lang maken. Een groep van 130 meter wordt aan het einde lauw. Houd het rond de 70-80 meter en tel de aanvoerleidingen mee.
- Groepen van heel verschillende lengte. Een groep van 30 meter naast een groep van 100 meter is lastig in te regelen. Probeer ze ongeveer gelijk te houden.
- Een koppeling in de vloer. Doe het gewoon niet. Elke groep is één stuk buis.
- Niet afpersen, of de druk eraf halen voor het storten. Een lek dat je nu vindt, kost een koppeling. Een lek onder de dekvloer kost een vloer.
- Randisolatie vergeten. De dekvloer zet uit, en zonder ruimte gaat hij scheuren.
- Buis onder vaste kasten of het bad leggen. Verspilde meters, en warmte waar je niks aan hebt.
- Te krappe bochten. Houd minimaal 5 keer de buisdiameter aan, anders knikt de buis.
- Buizen niet labelen. Twaalf identieke buiseinden bij de verdeler zonder label is een middag puzzelen.
- Niet inregelen. Alles open zetten betekent dat de korte groepen het meeste water krijgen.
- Te vroeg en te heet opstoken. Volg het opstookprotocol van de dekvloerlegger, ook al wil je er al in wonen.
- Een cv-ketel direct op de verdeler. Zonder menggroep krijgt je vloer veel te heet water. Je verdeler mag maximaal 70°C hebben.
- Geen plattegrond of foto's. Over vijf jaar wil je een drempel vastboren. Dan wil je weten waar de buis ligt.
Veelgestelde vragen over vloerverwarming aanleggen
Wat is de ideale lengte van een groep vloerverwarming?
De ideale luslengte ligt tussen de 70 en 80 meter. Tel daarbij ook de aanvoerleidingen van en naar de verdeler mee. Langere groepen hebben meer weerstand en worden aan het einde minder warm.
Welke hart-op-hart afstand moet ik gebruiken?
10 cm (± 10 m buis per m²) bij een hoge warmtebehoefte, lage watertemperatuur of warmtepomp. 15 cm (± 6,7 m per m²) is de meest gebruikelijke keuze voor veel ruimtes. 20 cm (± 5 m per m²) past bij goed geïsoleerde ruimtes met een lagere warmtebehoefte.
Hoeveel groepen heb ik nodig voor mijn woning?
Met 16 mm buis op 10 cm h.o.h. reken je met ± 10 meter buis per m² en ± 70-80 meter per groep. Dat is ongeveer 7-8 m² per groep. Voor 20 m² zijn dat 3 groepen, voor 50 m² 7 groepen en voor 100 m² 13-14 groepen. In hoeveel groepen vloerverwarming heb ik nodig rekenen we het per ruimte voor je uit.
Kan je vloerverwarming combineren met radiatoren?
Ja, vloerverwarming en radiatoren kun je prima combineren. Dit komt vooral voor in bestaande woningen waar bijvoorbeeld beneden vloerverwarming wordt aangelegd en boven de radiatoren blijven hangen.
Heb ik een menggroep nodig?
Met een cv-ketel bijna altijd wel, omdat die veel heter water levert dan de vloer en de verdeler aankunnen. Met een warmtepomp meestal niet, omdat die al op lage temperatuur werkt. Een menggroep of pompgroep brengt het water naar een ingestelde temperatuur, bij onze modellen tussen 20 en 43°C.
Hoeveel euroconus-koppelingen heb ik nodig?
Twee per groep: één voor de aanvoer en één voor de retour. Bij 8 groepen zijn dat er 16. Bij de RVS verdeler zitten ze niet inbegrepen.
Kan ik vloerverwarming zelf aanleggen?
Ja, met de juiste voorbereiding is het leggen, aansluiten, afpersen en inregelen goed zelf te doen. Het storten van de dekvloer laat je meestal over aan een dekvloerlegger. Twijfel je over de warmtebehoefte of de aansluiting op je ketel of warmtepomp, laat dat deel dan door een installateur checken.
Hoe lang moet een dekvloer drogen voordat ik de vloerverwarming aanzet?
Dat hangt af van het type. Bij zandcement start je het opstoken meestal pas na ongeveer 3 tot 4 weken, bij anhydriet vaak al na ongeveer een week. Volg altijd het opstookprotocol van je dekvloerlegger en bouw de temperatuur rustig op.
Alles voor je vloerverwarming op een rij
Alle onderdelen uit deze gids bij elkaar. Klik door naar de collectie die je nodig hebt.
VerdelersRVS en messing, 4 t/m 12 groepenBekijk collectie ›
Vloerverwarmingsbuis16x2 mm op rollen van 200 en 600 mBekijk collectie ›
Koppelingen en kranenEuroconus, kogelkranen, knieënBekijk collectie ›
MenggroepenNodig bij een cv-ketel op hoge temperatuurBekijk collectie ›
GereedschapAfrolapparaat, knipper, kalibrator, buigveerBekijk collectie ›
Alles voor vloerverwarmingHet complete assortiment op één plekBekijk collectie ›